
Lees deze twee fragmenten:
Fragment A:"De deur ging open. Een man kwam binnen. Hij keek rond. Hij zag haar. Hij liep naar haar toe."
Fragment B:"De deur vloog open en daar stond hij β doorweekt van de regen, zijn ogen zoekend, vragend, tot ze haar vonden en alles in hem leek stil te vallen."
Beide beschrijven hetzelfde moment. Maar het ritme is volledig anders. En ritme verandert alles.
Wat is tempo?
Tempo is hoe snel je verhaal beweegt. Niet alleen de gebeurtenissen, maar ook hoe snel de lezer door de pagina's gaat.
Snel tempo: Korte zinnen, veel actie, weinig beschrijving. Langzaam tempo: Lange zinnen, veel detail, interne reflectie.Wat is ritme?
Ritme is de afwisseling van snel en langzaam. De variatie. Een verhaal dat alleen snel is, wordt vermoeiend. Een verhaal dat alleen langzaam is, wordt saai.
Ritme is: versnellen, vertragen, versnellen, vertragen.
Tempo versnellen
Korte zinnen
"Hij rende. De deur was dicht. Hij beukte. Niets. Weer. Het hout splinterde."
Korte zinnen = snelheid. De lezer leest sneller. Het voelt urgent.
Actie
Gebeurtenissen. Beweging. Dingen die gebeuren, niet dingen die worden overwogen.
Dialoog
Gesprekken bewegen snel. Zeker als ze kort en puntig zijn.
Cliffhangers
Eindig een hoofdstuk midden in de actie. De lezer kan niet stoppen.
Witregel
Korte alinea's.
Veel witruimte.
De blik vliegt over de pagina.
Tempo vertragen
Lange zinnen
"Ze stond bij het raam en keek naar buiten, naar de tuin die ze twintig jaar geleden had aangelegd met haar moeder, die toen nog leefde en die rozen plantte die nu elk voorjaar weer bloeiden alsof er niets was veranderd."
Lange zinnen = traagheid. De lezer rust. Het moment breidt zich uit.
Beschrijving
Details van de setting, van gezichten, van objecten. Geef de lezer iets om te zien.
Interne monoloog
Wat denkt het personage? Hoe voelt ze? Dit kost tijd β en vertraagt.
Flashbacks
Een sprong naar het verleden pauzeert het heden.
Thematische reflectie
Het personage denkt na over de betekenis van wat er gebeurt.
Wanneer versnellen?
Wanneer vertragen?
De fout van consistent tempo
Veel beginnende schrijvers schrijven in één tempo. Alles even snel, of alles even langzaam.
Dit is saai.
Het is de variatie die werkt. De afwisseling. De adem in, de adem uit.
Technieken
De scene-break
Sla tijd over. Een witregel, een nieuw hoofdstuk, en we zijn drie maanden verder. Instant versnelling.
De zoom-in
Vertraag door in te zoomen. Van de kamer naar het gezicht naar de trillende hand naar de ring aan de vinger. Tijd rekt uit.
De zoom-out
Versnel door uit te zoomen. "De volgende weken waren een waas van vergaderingen en ruzie en slapeloze nachten."
Parallelisme
Snelle zinnen met dezelfde structuur: "Hij rende. Zij volgde. Hij viel. Zij stopte."
Ritme als herhaling.
Samengevat
β Tempo = snelheid van het verhaal
β Ritme = variatie in tempo
β Korte zinnen = snel
β Lange zinnen = langzaam
β Afwisseling is essentieel
β Match tempo met emotie
Een verhaal zonder ritme is als muziek zonder pauzes β overweldigend en uiteindelijk onhoorbaar. Geef je verhaal een hartslag. π₯
Toch een belangrijk artikel in mijn idee, erg moeilijk om dit juist te krijgen en zo belangrijk!
Ja, Sonja schrijft eigenlijk best zinnige stukjes! Ze schrijft alleen sneller dan ik kan lezen in mijn vrije tijd π